11-01-2010
Verbaasd luister ik naar de chef van de Mines Advisory Group. Hij vertelt over de problemen met clustermunitie, gegooid door de Amerikanen, in 2003. En ik maar denken dat de MAG vooral landmijnen uit oude oorlogen aan het ruimen was in dit gebied. Ik had geen idee van de clustermunitie. MAG beschikt over ruimingsteams met internationale experts en Irakese, door de MAG opgeleide, krachten. Ook een roedel honden helpt bij de opsporing van de achtergebleven oorlogsmaterialen. Elk jaar gebeuren er tal van ongelukken met deze oorlogsrommel. De clustermunitie is het allerergste, beschrijft de man, ze komen in alle soorten en kleuren, kinderen spelen er mee, met alle vreselijke gevolgen vandien.
En dan moeten we naar de luchthaven. We gaan weer naar huis. Zigzaggend rijden we langzaam tussen enorme betonblokken door. Niet één of twee, maar een straatlengte lang. De auto past maar net tussen de obstakels die bomaanslagen moeten helpen voorkomen. Een paar kilometer voor het luchthavengebouw moeten we uitstappen. De auto mag niet verder. Onze koffers worden voor het eerst gecontroleerd, wij gefouilleerd. Een bus brengt ons naar de vertrekhal, waar we voor een tweede keer doorgelicht worden op wapens en explosieven. Voor we in het vliegtuig stappen volgt een derde keer. Langs de startbanen staan beveiligers opgesteld. Niks wordt aan het toeval overgelaten. Ik heb moeten praten als brugman, anders had ik tot twee keer toe de insulinepomp, die met een infuus in mijn buik vast zit, eruit moeten halen. Dat is echt nog nooit gebeurd...