10-01-2010
Vandaag gaan we naar Bozan, een dorp op 30 kilometer van Mosul. Nog elke dag ontvluchten mensen Mosul. De stad is gevaarlijker dan Bagdad volgens onze begeleiders. Vooral de Yazidi, een etnische minderheid met een geloof ouder dan het Christendom, zijn hun leven daar niet zeker. De Yazidi aanbidden de pauw, en de naam die ze voor het dier gekozen hebben doet denken aan Satan. De ene na de andere aanslag op deze gemeenschap is het gevolg. Yazidi uit het hele land hebben een heenkomen gezocht in Bozan, dat de laatste jaren zijn bevolking snel heeft zien groeien. Vandaag is maar liefst 35% van de inwoners hierheen gekomen om in de eigen geloofsgemeenschap veiligheid te vinden.
Onderweg zien we het aantal wegblokkades van Peshmerga, Koerdische strijders, toenemen. De blokkades zelf zijn ook zwaarder bewapend. Er duiken zandzakken op, en prikkeldraad. Het is duidelijk dat Bozan in potentieel gevaarlijk gebied ligt. Het dorp zelf echter, ademt rust uit. Kalmpjes ligt het ordentelijke plaatsje tegen een berghelling geplakt. Wandelaars kijken ons nieuwsgierig na.
Bij de school van Bozan, dat Stichting Vluchteling financiert, zijn honderden mensen verzameld. Allemaal ontheemden die hun verhaal aan ons willen vertellen. Een vrouw beschrijft de gevolgen van de moord op haar man, een handelaar in Mosul. Twee jaar geleden werd hij doodgeschoten. Een ouder echtpaar voegt wilde armgebaren aan hun vluchtverhaal toe, ze hebben niks meer, maken ze duidelijk. De dorpschef duwt een doodmoe uitziende vrouw naar ons toe, hij vat haar verhaal alvast samen: Amerikaanse soldaten schoten de man per ongeluk dood. Van de toegezegde financiële compensatie zag de moeder van zes kinderen nooit ene cent.
Later op de dag stuiten we op een grote menigte mensen bij de poorten van het postkantoor. Ze wachten op de uitbetaling van hun pensioen. Een boze man vertelt ons dat hij maandelijks komt, met zijn oude moeder. Maar sinds een dik half jaar komt het pensioen niet meer. Veelbetekenend wrijft hij langs de zakken van zijn traditionele pofbroek. Het geld verdwijnt ergens, is zijn overtuiging.
’s Avonds eten we met de landendirecteur van onze partner IRC. We hebben elkaar eerder ontmoet, in Nepal. De Australiër, Aidan, is net terug uit Bagdad. Inderdaad, bevestigt hij, corruptie is een groot probleem geworden, net als de bureaucratie. Tel daar eigenbelang en machtswellust bij op en dan heb je een vervelende, zo niet gevaarlijke cocktail aan ingrediënten die de Iraakse samenleving lam legt. Je kunt pensioenen en uitkeringen alleen ophalen in de plaats waar je ingeschreven staat. Om die plaats te wijzigen moet je documenten hebben uit die oorspronkelijke vestigingsplaats. Kom daar maar eens aan, als je gevlucht bent. Bovendien zijn de autoriteiten er in veel gevallen niet bij gebaat je te helpen. Neem alleen al de verkiezingen die voor de deur staan. De Koerden in het noorden zien uiteraard het liefst zo min mogelijk Arabische stemgerechtigden naar hun gebied komen. Dat kon immers weleens macht gaan kosten……. En dat is nog maar één reden om niet te helpen.
Mopperend vraag ik Aidan waarom hij ons niet toestond naar Bagdad te reizen, terwijl hij zelf wel heen en weer reist. "Ik wist dat je dat zou gaan vragen", grinnikt hij. "Het is echt te gevaarlijk Tineke, de bewegingsvrijheid is zeer zeer beperkt voor al onze staf. Het aantal ontvoeringen loopt weer op. Het is een kwestie van afwachten voor er weer een hulpverlener ontvoerd wordt. De kans dat je zoiets overleeft is nul."
Als ik Aidan vraag wat Nederland zou kunnen doen voor Irak, schiet hij overeind. "Hou op met het terugsturen van Iraakse vluchtelingen. Help ons te helpen. Biedt kennis en capaciteit aan de Irakezen en blijf betrokken! Jullie Nederlanders zijn net zo goed verantwoordelijk als de Amerikanen, Britten en wij Australiërs."