NvdV901x228pxls2.jpg http://www.nachtvandevluchteling.nl
Steun ons!
Aanmelden nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van al het Stichting Vluchteling-nieuws
Naam:

E-mail:


Nationale postcode loterij CBF ANBI
« Terug

27-09-2009

Dagboek zondag 27 september

Dagboek zondag 27 september

Tineke Ceelen doet tijdens haar reis door de Centraal Afrikaanse Republiek verslag in haar dagboek.

 


 

Bangui, zondag 27 september
De IRC directeur wordt in de loop van de nacht zieker, en kan dus niet met ons mee, deze warme zondagochtend. We gaan naar Bamatara, een dorp dat in februari werd platgebrand door wat hier Janjaweed genoemd worden, duivels op paarden, maar zeker niet dezelfde zijn als de zwaar bewapende ruiters die de provincie Darfur in Soedan onveilig maken.

Hier in de Centraal Afrikaanse Republiek zijn het Mbororo’s. Een nomadisch volk uit west Afrika. Ze kwamen met paarden, tientallen, honderden, roept een nog altijd boze dorpsbewoner. Het was een zondag, de kerkdienst was gaande. Iedereen was daar. De Mbororo’s brandden het hele dorp plat. Geen huis bleef gespaard. Drie mannen werden vermoord. We lopen rond en zien de overblijfselen. Sommige huizen zijn weer opgebouwd. De meesten echter, zijn nog slechts zwart geblakerde muren. In de huizen ligt verbrande huisraad. Een half gesmolten jerrycan, een naaimachine, een olielamp.

De stomdronken dorpschef draagt twee pantalons zie ik. Van allebei staat de gulp open. Op zijn smoezelige t-shirt is een medaille ‘chef de village’ geprikt.

We lopen wat rond. Ineens valt mijn oog op een gitaar. Een zelfgemaakte gitaar. Een heus kunstwerk. Er hangen elektriciteitsdraden aan. Belangstellend bekijk ik het ding. Gemaakt door Pascal, vertelt de man die het instrument draagt. Hij fluit op zijn vingers en roept. Een menigte mensen stroomt toe. En ook een home made basgitaar en drumstel. De elektriciteitsdraden van de gitaren worden door een trotse Pascal aan twee oude transistorradio’s gekoppeld. En dan gaat de band spelen. Het dorp swingt mee, de zangeres zingt luidkeels, iedereen lacht. Het decor: het platgebrande dorp.

Meer dan 300 mensen kwamen niet terug naar hun oude huizen. De één uit angst, de ander omdat er geen middelen waren om het oude huis opnieuw op te bouwen. We gaan kijken in het bos waar deze mensen zich verstopt hebben. Een half uur lopen we over smalle paadjes door hoog struikgewas en bossen. Ik denk aan de zwarte mamba op de A2 van Bangui naar Kaga Bandoro en loop zo snel ik kan door. Het is het heetste uur van de dag, zweetdruppels lopen over mijn rug en benen.

De hutten zijn van bladeren en takken gemaakt. Het drinkwater lijkt meer op bedorven melk dan op water. Zo zijn er nog veel meer hutten, zegt de dorpschef die ondanks zijn verregaande staat van dronkenschap toch met ons meekwam. Hij wil ons meenemen, dieper het bos in. We besluiten dat we liever een tijd met deze mensen doorbrengen.

Twee kinderen zijn ziek. Een jongetje is een tijd geleden in het vuur gevallen. Zijn ouders hadden het geld niet om naar het ziekenhuis te gaan, ze hebben de traditionele oplossing van boombast en honing op de wonden gesmeerd. Een klein meisje heeft hoge koorts en een lelijk abces op haar onderrug. Ze kan niet meer lopen, sinds een paar maanden, zegt de moeder. Onze collega’s besluiten de kinderen mee te nemen naar het ziekenhuis in Kaga Bandoro. Het meisje is bang en gilt van angst. Ik aai haar zachtjes over haar hoofd, spreek haar in het Nederlands toe, in de hoop dat ze kalmeert. Als ze niet geholpen wordt loopt ze misschien nooit meer.

Vlak voor het vallen van de avond bezoeken we ene Kolonel Lakoue, de leider van een van de rebellenlegers. We rijden een half uur door het bos, over kleine paadjes. Soms slaan we ergens af. Het is mij volkomen onduidelijk hoe de chauffeur de weg hier kan kennen. Halverwege worden we begroet door een uitkijkpost van de rebellenbeweging. Ze weten van onze komst.

De kolonel is een vriendelijke oude man. Hij houdt zitting in de rebellenresidentie. Een verzameling huizen van riet en stro midden in het bos. De rebellensoldaten zijn bewapend. Sommigen met westerse geweren maar de meeste met zelfgemaakte mitrailleurs en raketwerpers. Ik vraag me af voor wie die wapens het gevaarlijkst zijn: voor degene voor, of degene achter het geweer.

Vriendelijk belooft de kolonel ons ongehinderde toegang tot het gebied dat onder zijn controle staat. We mogen overal komen en alles filmen, hij zal er persoonlijk voor zorgen dat zijn mannen instructies krijgen.

» Naar het dossier

« Terug