Banner901x228pxls12NB01.jpg http://www.vluchteling.org/templates/mercury.asp?page_id=1832
Steun ons!
Aanmelden nieuwsbrief

 

Nationale postcode loterij CBF ANBI
« Terug

28-09-2009

Dagboek maandag 28 september

Dagboek maandag 28 september

Tineke Ceelen doet tijdens haar reis door de Centraal Afrikaanse Republiek verslag in haar dagboek.

 


 

Bangui, maandag 28 september

Drie auto’s met wapperende IRC vlaggen razen over de smalle onverharde weg naar Boumbala, op 26 kilometer van Kaga Bandoro. Even buiten de provinciehoofdstad is de laatste controlepost van de gendarme. Achter deze post heeft de ARDP van Kolonel Lakoue het voor het zeggen. Dat is te zien ook. We passeren verschillende wegblokkades, waar de mannen van Lakoue met hun zelf gemaakte geweren wacht houden. Ook in de dorpen zelf zien we de markante wapens veelvuldig terug.

Kilometer na kilometer passeren we dorpen die volledig uitgebrand zijn geweest. De bevolking is druppelsgewijs teruggekeerd en begonnen hun oude woonomgeving weer op te bouwen, zo goed en kwaad dat gaat als je geen geld, gereedschap en materialen hebt. We zien dat veel teruggekeerde ontheemden in piepkleine strooien huizen wonen. Catherine, een 63 jarige vrouw vertelt: ‘het was rond 18 uur ’s avonds. We hoorden geweervuur, hebben het niet afgewacht en zijn halsoverkop op de vlucht geslagen. We namen niets mee.’ Op de vlucht raakten dorpsgenoten kwijt. De gewonden werden noodgedwongen achtergelaten. ‘We konden hen niet helpen.’ Catherine en haar dorpsgenoten overleefden twee jaar lang in de bossen. ‘We leefden als dieren, van bladeren en wat we maar vonden om te eten.’, vertelt de nog altijd aangedane vrouw. We vragen haar waarom de dorpelingen hun gemeenschap niet sneller opruimen en herbouwen. De verontwaardiging die vanuit de menigte opstijgt is bijna tastbaar. ‘Kijk dan rond, bijt Catherine, er zijn overal wapens. We zijn nog lang niet zeker van onze veiligheid. We zijn bang dat we alles opbouwen om het weer opnieuw te verliezen.’

En dan ontdekken we opnieuw zieke kinderen. Een weesmeisje is ondervoed. Ze knijpt ongelovig in mijn handen en kijkt me met grote ogen aan. Knijpt ze in mijn handen omdat ze wil voelen of die witte huid echt is? Of omdat ze me wil laten voelen dat zij echt is, net als de bedroevende omstandigheden waarin dit negen jarige meisje moet zien te overleven, zonder de liefde van een vader of moeder, zonder fatsoenlijk eten of onderdak, zonder gezondheidszorg en zonder een kans op een betere toekomst.

Ook in een volgend dorpje komen ineens, als we de tijd nemen om met de bevolking te praten en rustig rondkijken, uit alle hoeken en gaten zwaar zieke kinderen tevoorschijn. Een kleine baby is meer dood dan levend. De woningen van de teruggekeerde vluchtelingen, waar ze met tien of meer mensen wonen? Als ze hier een kindertelefoon zouden hebben zou hij roodgloeiend staan.

De rebellen van de ARDP worden ‘elementen’ genoemd. Ze zeggen dat ze vrijwillig deelnemen aan een mensenrechtentraining van onze partner, IRC. Ik geloof er niet veel van, denk eerder dat ze de opdracht hiertoe gekregen hebben van hun Kolonel Lakoue.

De jongens laten ons hun onderkomen zien, net buiten het dorp waar ze de veiligheid proberen te garanderen hebben ze kamp opgeslagen, midden in het bos. Ver van huis wonen ze in hutten van takken en bladeren. Trots laten ze ons hun zelfgemaakte wapenarsenaal zien. Eén van de jongens heeft een ‘echt’ machinegeweer. Hij lacht geen moment, ontspant ook niet heel even en houdt ons angstvallig in de gaten.  

Terug in Kaga Bandoro gaan we nog even langs de kinderen die we gisteren in het ziekenhuis achterlieten. Drie ziekenhuisartsen leiden ons rond. Al snel blijkt dat het ziekenhuis het grootste is in de wijde omgeving. Een gebroken been echter, kan hier niet gezet worden. Er is geen enkele vorm van gespecialiseerde medische zorg, geen apparatuur van enige naam en alleen basale medicijnen. Ook in andere delen van het land is de zorg niet beter. Alleen in Bangui kun je voor sommige kwalen terecht. Denkend aan het ontbrekende publieke transport in dit land en de straatarme bevolking, snap ik waarom de sterftecijfers dramatisch hoog en de gemiddelde levensverwachting ontstellend laag is.

Rebel met het zelfgemaakte geweer
(Foto: Sven Torfinn zie
fotoverslag)

» Naar het dossier

« Terug